In mijn vorige blog schreef ik al: verdieping en ontwikkeling zijn momenteel mijn kernwoorden! En dat is gebleken. Want hoe ontwikkel je een training die écht van meerwaarde is voor de professionals die deel gaan nemen? Hoe zorg je ervoor dat het meer is dan de som der delen?
Het materiaal van de Landelijke Trainersgroep Aanpak Kindermishandeling (LTAK) is de basis. Een stevig fundament om op te bouwen. Ik bouw niet alleen, maar samen met collega LTAK-trainer en pedagoog Elle van den Tillart (www.ellemental.nl) omdat ik voel en merk dat zij de kernwaarden van Nul23 in zich heeft, te weten: passie, enthousiasme en pragmatiek. Kortom: een training van Nul23 heeft PEP.
PASSIE: een training moet met passie gegeven worden, want dan komt de boodschap veel beter over. Ik hoop dat mijn passie de deelnemers zal inspireren om vóór het kind te gaan staan, maar wel samen mét de ouders / verzorgers. Mijn drive is de wereld beter maken voor kinderen en daar heb je het hele gezinssysteem voor nodig. En de buurt, de school, de familie en vrienden....
ENTHOUSIASME: enthousiasme en plezier gaan samen. Een droge, saaie training levert geen voordeel op in de praktijk. Ik kies de werkvormen uit op interactie, op leerstijlen en natuurlijk op inhoud. Dat in combinatie met mijn enthousiasme, moet een training opleveren waar deelnemers van zeggen: "daar heb ik wat aan! Dat blijft hangen!".
PRAGMATISCH: een training die niet aansluit op de praktijk, is zonde van tijd en geld. Mijn doel is dat deelnemers naar de werkvloer teruggaan met handvatten om de dag erna te gebruiken. Een intern begeleider kan tijdens een leerlingbespreking aangeven dat er meer moet gebeuren omdat de leerling in de knel zit. Een maatschappelijk werker kijkt verder dan de hulpvraag van moeder en vraagt nog gerichter naar het welzijn van de kinderen. Een peuterspeelzaalleidster belt de teamleider om die ene peuter te bespreken waar ze al langere tijd een onderbuikgevoel bij had. Dan heeft de training meerwaarde. Daarnaast staat de inhoud van de training niet op zichzelf, maar wordt in perspectief van alle maatschappelijke ontwikkelingen gezet.
En ja: een training kost geld en een tijdsinvestering en dat in een tijd dat iedereen al 'zoveel moet'. Maar ik hoop toch dat organisaties en individuele professionals gaan zeggen: "ik weet al e.e.a. van de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling, maar het is weer tijd voor opfrissing of verdieping". Want signaleren van zorgsignalen bij kinderen is het begin van zorgen voor een beter en wellicht veiliger bestaan van dat ene individu. Daar doe je het voor!
Kijk voor het huidige aanbod op: www.nul23.nl onder de kop 'aanpak en aanbod'.
Posts tonen met het label coördinatie van zorg. Alle posts tonen
Posts tonen met het label coördinatie van zorg. Alle posts tonen
vrijdag 14 maart 2014
zondag 26 mei 2013
Verwijsindex voorkomt familiedrama's?
De afgelopen weken heeft Nederland in het teken gestaan van Ruben en Julian en de oorzaken en afschuwelijke gevolgen van de vechtscheiding van ouders. En van het feit dat er al 10 instanties betrokken waren en dat niemand iets gedaan zou hebben.... Kan de Verwijsindex dit soort situaties voorkomen?
Mijn antwoord: Nee! De Verwijsindex is een hulpmiddel, geen wondermiddel. Helaas..... Tegen een ouder verblind door woede, haat of met een psychische stoornis kan niemand zich wapenen. Dus ook de Verwijsindex kan dit niet voorkomen.
Maar, afgelopen week gaf ik weer een training Verwijsindex en Meldcode. Daarnaast was ik op 2 scholen om aan het hele team voorlichting te geven. Waar ik voorheen Savannah en Gessica als ultieme voorbeelden gebruikte van slechte samenwerking, kan ik er niet omheen om Ruben en Julian nu ook te noemen. Want 10 instanties... dat is toch wel veel. En ik denk, ook echt té veel. En daar zou de Verwijsindex wel wat aan kunnen veranderen.
Ik weet niet welke instanties betrokken waren en zijn. Ik weet niet of het allemaal hulpverleners waren en of ze tegelijkertijd of na elkaar met het gezin aan de slag gingen. Waren ze er voor één van de gezinsleden of werkten ze systeemgericht? Wisten ze van elkaar dat ze bij het gezin of een gezinslid betrokken waren?'
Vragen waarop ik geen antwoord heb. Maar één ding vraag ik me wel af: had er bij nummer 3, 4 of 5 niet harder aan de bel moeten worden getrokken? Is er toen met het gezin en familie / informeel netwerk rond de tafel gezeten om te kijken naar de gang van zaken en hoe het was voor de jongens? Is er toen gewerkt met een vaste coördinator van zorg?
De Verwijsindex geeft zicht op betrokkenen, dwars door domeinen en zowel vanuit de jeugd- als de volwassenketen. Als duidelijk wordt dat er veel instanties betrokken zijn, is het aan de coördinator van zorg om samen met het gezin en betrokkenen te kijken wie eruit kan stappen. Een gezin is niet gebaat bij -tig hulpverleners maar bij een duidelijk aanspreekpunt die het meeste zelf op kan pakken. Die een specialist alleen invliegt op een specifiek onderdeel.
Voorwaarde is wel dat de Verwijsindex goed is geïmplementeerd in de gemeente, regio en daar buiten. Dus: breed qua type organisaties en vanuit visie van vroegsignalering en samenwerking. Niet vanuit risico's, maar vanuit zorg. Als hulpmiddel voor hulpverleners en ouders waarbij de registratie aanleiding is tot een inhoudelijk gesprek over situatie, doelen en betrokkenen. Want alleen een registratie is niet voldoende: er moet ook opvolging zijn!
Te laat voor Ruben, Julian en andere kinderen. Maar hopelijk op tijd voor andere kinderen en hun gezinnen. Gebruik je eigen netwerk, je eigen lijnen maar ook de Verwijsindex. Voor die betrokeknen die je anders nét gaat missen... Doen!
Mijn antwoord: Nee! De Verwijsindex is een hulpmiddel, geen wondermiddel. Helaas..... Tegen een ouder verblind door woede, haat of met een psychische stoornis kan niemand zich wapenen. Dus ook de Verwijsindex kan dit niet voorkomen.
Maar, afgelopen week gaf ik weer een training Verwijsindex en Meldcode. Daarnaast was ik op 2 scholen om aan het hele team voorlichting te geven. Waar ik voorheen Savannah en Gessica als ultieme voorbeelden gebruikte van slechte samenwerking, kan ik er niet omheen om Ruben en Julian nu ook te noemen. Want 10 instanties... dat is toch wel veel. En ik denk, ook echt té veel. En daar zou de Verwijsindex wel wat aan kunnen veranderen.
Ik weet niet welke instanties betrokken waren en zijn. Ik weet niet of het allemaal hulpverleners waren en of ze tegelijkertijd of na elkaar met het gezin aan de slag gingen. Waren ze er voor één van de gezinsleden of werkten ze systeemgericht? Wisten ze van elkaar dat ze bij het gezin of een gezinslid betrokken waren?'
Vragen waarop ik geen antwoord heb. Maar één ding vraag ik me wel af: had er bij nummer 3, 4 of 5 niet harder aan de bel moeten worden getrokken? Is er toen met het gezin en familie / informeel netwerk rond de tafel gezeten om te kijken naar de gang van zaken en hoe het was voor de jongens? Is er toen gewerkt met een vaste coördinator van zorg?
De Verwijsindex geeft zicht op betrokkenen, dwars door domeinen en zowel vanuit de jeugd- als de volwassenketen. Als duidelijk wordt dat er veel instanties betrokken zijn, is het aan de coördinator van zorg om samen met het gezin en betrokkenen te kijken wie eruit kan stappen. Een gezin is niet gebaat bij -tig hulpverleners maar bij een duidelijk aanspreekpunt die het meeste zelf op kan pakken. Die een specialist alleen invliegt op een specifiek onderdeel.
Voorwaarde is wel dat de Verwijsindex goed is geïmplementeerd in de gemeente, regio en daar buiten. Dus: breed qua type organisaties en vanuit visie van vroegsignalering en samenwerking. Niet vanuit risico's, maar vanuit zorg. Als hulpmiddel voor hulpverleners en ouders waarbij de registratie aanleiding is tot een inhoudelijk gesprek over situatie, doelen en betrokkenen. Want alleen een registratie is niet voldoende: er moet ook opvolging zijn!
Te laat voor Ruben, Julian en andere kinderen. Maar hopelijk op tijd voor andere kinderen en hun gezinnen. Gebruik je eigen netwerk, je eigen lijnen maar ook de Verwijsindex. Voor die betrokeknen die je anders nét gaat missen... Doen!
woensdag 27 maart 2013
Verwijsindex en Meldcode: ze ondersteunen elkaar!
Verwijsindex en Meldcode worden regelmatig gezien als twee aparte zaken. En dat is jammer, want ze werken aanvullend en ondersteunend aan elkaar. Beide gaan over zorg en beide gaan over samenwerken: met ouders én met professionals.
Per 1 juli a.s. wordt de Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling wettelijk verplicht voor de sectoren gezondheidszorg, onderwijs, kinderopvang, maatschappelijke ondersteuning, jeugdzorg en justitie. De Verwijsindex is onderdeel van de Wet op de Jeugdzorg. Gemeenten zijn verplicht een Verwijsindex te hebben en het gebruik te bevorderen.
Bevorderen? Hoe dan? Uit ervaring in Eemland blijkt dat het helpt om het verhaal van de Meldcode én dat van de Verwijsindex integraal aan te bieden. Het een versterkt de ander, want bij beide gaat het om zorg. Geef de Verwijsindex dus de logische plaats in de Meldcode die van toepassing is en er worden meerdere doelen bereikt.
De Meldcode richt zich op Huiselijk Geweld (HG) en Kindermishandeling (KM). Maar stap 1 t/m 3 gaan over signalen. Signalen van zorg in brede zin. Het kunnen signalen zijn die duiden op HG of KM, maar dat hoeft niet! Een instabiele thuissituatie; teruggetrokken gedrag bij een jongere; een kind met kapotte en te kleine kleding... het kunnen signalen van HG of KM zijn, maar dat hoeft niet! Er zijn meer factoren die aan deze signaen ten grondslag kunnen liggen en velen daarvan hebben niets te maken met HG of KM! Maar het gaat om het signaleren, juist de lichte signalen. Want hoe vroeger die signalen met het gezin bespreekbaar gemaakt worden, hoe gemakkelijker het is om het gezin te (onder-)steunen in het regelen van hulp of begeleiding. Zonder drang- of dwang.
In stap 1 gaat het om di signalen. In stap 2 bespreek je met een collega hoe je die signalen moet interpreteren. En dan komt ook de Verwijsindex aan bod: is het al nodig om dit kind in de Verwijsindex te registreren? Waarom wel of waarom niet? Stap 1 en 2 (en ook stap 3) kunnen meerdere keren voorkomen. Maar: er komt een moment waarin je je zorg met de ouders bespreekt. Je zet het kind en de zorg centraal. Geen oordelen, niet veroordelen, maar vanuit je professionaliteit de zorg om de jeugdige delen met de ouders. In dit gesprek vertel je ook dat je wilt samenwerken. Met ouders én met professionals. De Verwijsindex is het hulpmiddel dat de samenwerking tussen professionals ondersteunt. Het daadwerkelijk registreren in de Verwijsindex, doe je pas nádat je ouders hebt geïnformeerd. Open en transparant werken is van belang. Door eerst te vertellen en dan pas de handeling te doen, weet de ouder eerder dat er een match gaat ontstaan dan dat jij als professional dat weet.
En vroegsignalering is de grondslag voor de Verwijsindex. Eén licht signaal hoeft niets te betekenen, maar twee? of drie? Samen kunnen meerdere lichte signalen (uit verschillende domeinen) leiden tot een compleet beeld. Een beeld wat besproken wordt met ouders en waar opgegeven moment ook stap 4 van de Meldcode een plek krijgt: het wegen van de zorg. Lijkt er toch sprake te zijn van HG of KM? Dan ga je als professional naar het AMK of het SHG. Maar is er sprake van andere zorg? Dan zoek je samen naar de passende route om die zorg op te heffen. Bijvoorbeeld m.b.v. het CJG, de jeugdgezondheidszorg, een generalistisch wijkteam, bovenschoolse zorg of een meer specialistische organisatie zoals MEE of 1e-lijnszorg.
Daar waar meerdere partijen betrokken zijn, wordt een Plan van Aanpak gemaakt (stap 5). Dat kan op basis van de betrokkenen uit de Verwijsindex, maar natuurlijk ook met partijen die (nog) niet in de Verwijsindex registreren en het netwerk van het gezin. Er wordt een regisseur danwel een coördinator van zorg benoemd die met het gezin kijkt naar hetgeen wat er dient te gebeuren. Het plan gaat uit van de vraag van het gezin, maar wel met veiligheid van de kinderen als professionele verantwoordelijkheid.
Coördinatie van Zorg; Plan van Aanpak; wie doet wat en wat niet? Wie worden betrokken? Dat is voor een volgend blog. Voor nu is de boodschap: help professionals door de bomen datgene te zien waar het om gaat en geef een integrale boodschap: signaleren van zorg en actief opvolgen van signalen. Met de stappen van de Meldcode voor professioneel handelen en de Verwijsindex als hulpmiddel om het samenwerken over alle domeinen te bevorderen.
Per 1 juli a.s. wordt de Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling wettelijk verplicht voor de sectoren gezondheidszorg, onderwijs, kinderopvang, maatschappelijke ondersteuning, jeugdzorg en justitie. De Verwijsindex is onderdeel van de Wet op de Jeugdzorg. Gemeenten zijn verplicht een Verwijsindex te hebben en het gebruik te bevorderen.
Bevorderen? Hoe dan? Uit ervaring in Eemland blijkt dat het helpt om het verhaal van de Meldcode én dat van de Verwijsindex integraal aan te bieden. Het een versterkt de ander, want bij beide gaat het om zorg. Geef de Verwijsindex dus de logische plaats in de Meldcode die van toepassing is en er worden meerdere doelen bereikt.
De Meldcode richt zich op Huiselijk Geweld (HG) en Kindermishandeling (KM). Maar stap 1 t/m 3 gaan over signalen. Signalen van zorg in brede zin. Het kunnen signalen zijn die duiden op HG of KM, maar dat hoeft niet! Een instabiele thuissituatie; teruggetrokken gedrag bij een jongere; een kind met kapotte en te kleine kleding... het kunnen signalen van HG of KM zijn, maar dat hoeft niet! Er zijn meer factoren die aan deze signaen ten grondslag kunnen liggen en velen daarvan hebben niets te maken met HG of KM! Maar het gaat om het signaleren, juist de lichte signalen. Want hoe vroeger die signalen met het gezin bespreekbaar gemaakt worden, hoe gemakkelijker het is om het gezin te (onder-)steunen in het regelen van hulp of begeleiding. Zonder drang- of dwang.
In stap 1 gaat het om di signalen. In stap 2 bespreek je met een collega hoe je die signalen moet interpreteren. En dan komt ook de Verwijsindex aan bod: is het al nodig om dit kind in de Verwijsindex te registreren? Waarom wel of waarom niet? Stap 1 en 2 (en ook stap 3) kunnen meerdere keren voorkomen. Maar: er komt een moment waarin je je zorg met de ouders bespreekt. Je zet het kind en de zorg centraal. Geen oordelen, niet veroordelen, maar vanuit je professionaliteit de zorg om de jeugdige delen met de ouders. In dit gesprek vertel je ook dat je wilt samenwerken. Met ouders én met professionals. De Verwijsindex is het hulpmiddel dat de samenwerking tussen professionals ondersteunt. Het daadwerkelijk registreren in de Verwijsindex, doe je pas nádat je ouders hebt geïnformeerd. Open en transparant werken is van belang. Door eerst te vertellen en dan pas de handeling te doen, weet de ouder eerder dat er een match gaat ontstaan dan dat jij als professional dat weet.
En vroegsignalering is de grondslag voor de Verwijsindex. Eén licht signaal hoeft niets te betekenen, maar twee? of drie? Samen kunnen meerdere lichte signalen (uit verschillende domeinen) leiden tot een compleet beeld. Een beeld wat besproken wordt met ouders en waar opgegeven moment ook stap 4 van de Meldcode een plek krijgt: het wegen van de zorg. Lijkt er toch sprake te zijn van HG of KM? Dan ga je als professional naar het AMK of het SHG. Maar is er sprake van andere zorg? Dan zoek je samen naar de passende route om die zorg op te heffen. Bijvoorbeeld m.b.v. het CJG, de jeugdgezondheidszorg, een generalistisch wijkteam, bovenschoolse zorg of een meer specialistische organisatie zoals MEE of 1e-lijnszorg.
vrijdag 8 maart 2013
Verwijsindex: een dood paard of doet het ertoe?
"Waarom doe je dit? Het werkt toch niet..."Ik hoor het regelmatig als ik een presentatie geef over de Verwijsindex.
Die Verwijsindex: het systeem bestaat al enige jaren en toch zijn er veel regio's waar het niet optimaal werkt. Professionals vinden het teveel werk; bureaucratie; een extra handeling en voor wat? Ik hoor de argumenten telkens weer:
Natuurlijk: het werkt alleen als iedereen het systeem gebruikt en is vooral geschikt voor de midden- en langere termijn. De 1e match is meestal geen verrassing (sterker nog: veelal weet je dat je een match gaat veroorzaken!). Maar die 3e of 4e partij? Daarvan hoor ik regelmatig dat die nieuw was. Opeens krijgt een VMBO-school een match met de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) op een leerling die onverwachts verdwenen was. De zorgcoördinator was maar wat blij dat hij wist dat die leerling in beeld was en kon waardevolle informatie aan de RvdK leveren. Of die jgz-verpleegkundige die zich met de basisschool zorgen maakte om een meisje in de middenbouw omdat het meisje sociaal-emotioneel niet lekker in haar vel zat. Komt er opeens een match met Bureau Jeugdzorg! Waarom? Omdat politie een zorgmelding van huiselijk geweld had gedaan. Geweld in het gezin waar school niets van wist omdat ouders dit niet wilden of durfden te vertellen.... maar gezamenlijk konden ze hulp regelen: voor het gezin en het meisje!
Dat zijn de matches die er toe doen! Dat zijn de kinderen waar het om gaat. En ja: dat zijn niet alle matches. Dat is een minderheid, maar toch zijn het die kinderen dat ik met overtuiging kan en wil vertellen over de Verwijsindex!
En de Verwijsindex staat voor meer: vroegsignalering; brede aansluiting; 1 Gezin 1 Plan 1 Regisseur; in gesprek met ouders en jeugdigen; samenwerken; over je eigen schutting durven kijken etc. Maar daarvoor is een blog te kort....
Die Verwijsindex: het systeem bestaat al enige jaren en toch zijn er veel regio's waar het niet optimaal werkt. Professionals vinden het teveel werk; bureaucratie; een extra handeling en voor wat? Ik hoor de argumenten telkens weer:
- ik ken iedereen die betrokken is bij mijn klant
- er zijn al korte lijnen in onze wijk / stad
- klanten vertellen mij alles, écht alles
- een signaal en dan? Dan moet ik toch nog steeds wat doen?
- collega's gebruiken het systeem ook niet...
Natuurlijk: het werkt alleen als iedereen het systeem gebruikt en is vooral geschikt voor de midden- en langere termijn. De 1e match is meestal geen verrassing (sterker nog: veelal weet je dat je een match gaat veroorzaken!). Maar die 3e of 4e partij? Daarvan hoor ik regelmatig dat die nieuw was. Opeens krijgt een VMBO-school een match met de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) op een leerling die onverwachts verdwenen was. De zorgcoördinator was maar wat blij dat hij wist dat die leerling in beeld was en kon waardevolle informatie aan de RvdK leveren. Of die jgz-verpleegkundige die zich met de basisschool zorgen maakte om een meisje in de middenbouw omdat het meisje sociaal-emotioneel niet lekker in haar vel zat. Komt er opeens een match met Bureau Jeugdzorg! Waarom? Omdat politie een zorgmelding van huiselijk geweld had gedaan. Geweld in het gezin waar school niets van wist omdat ouders dit niet wilden of durfden te vertellen.... maar gezamenlijk konden ze hulp regelen: voor het gezin en het meisje!
Dat zijn de matches die er toe doen! Dat zijn de kinderen waar het om gaat. En ja: dat zijn niet alle matches. Dat is een minderheid, maar toch zijn het die kinderen dat ik met overtuiging kan en wil vertellen over de Verwijsindex!
En de Verwijsindex staat voor meer: vroegsignalering; brede aansluiting; 1 Gezin 1 Plan 1 Regisseur; in gesprek met ouders en jeugdigen; samenwerken; over je eigen schutting durven kijken etc. Maar daarvoor is een blog te kort....
Abonneren op:
Posts (Atom)



