Posts tonen met het label hulpverlening. Alle posts tonen
Posts tonen met het label hulpverlening. Alle posts tonen

dinsdag 8 september 2015

Pluim voor intern begeleider: zorg voor een ex-leerling

de casus is naar waarheid beschreven, alle namen in dit blog zijn echter fictief!

In mijn functie van procescoördinator verwijsindex, belt Mieke, intern begeleider van een reguliere basisschool mij op. Ze heeft ruim een jaar geleden leerling Finn geregistreerd en nooit een match ontvangen. Finn is destijds vanuit school naar de jeugdhulpverlening gegaan, maar daar heeft ze toen geen uitvoerig contact mee gehad. Vanuit de hulpverlening is geen match gekomen. Inmiddels heeft ze twee verhuisberichten ontvangen en ze is bang dat dit mannetje tussen wal en schip dreigt te vallen. Zonder inhoud te vertellen, geeft ze aan dat het een kwetsbaar migrantengezin betreft. Haar vraag is heel concreet: is hij nog bij een professional in beeld?

Door met mij contact op te nemen, kan ik als 'live' verwijsindex fungeren tussen de verschillende contactpersonen van organisaties en provincies. Op basis van de NAW-gegevens ga ik aan de slag om Finn op te sporen.

Ik zie geen adresgegevens, dus rechtstreeks contact met het gezin opnemen is niet mogelijk. Ik bel de betreffende jeugdhulpinstelling. Zij waren destijds nog niet op de verwijsindex aangesloten, dus ze hebben geen signaal afgegeven. Hij blijkt niet in het systeem voor te komen..... dat is vreemd en de behandelcoördinator gaat intern verder zoeken. Het zal een paar dagen duren eer ik wat zal horen. Ik bel nog met voormalig BJZ en daar blijkt wel een indicatiebesluit in het systeem te staan. Het nummer van het indicatiebesluit mail ik naar de behandelcoördinator, wellicht helpt het bij de interne zoektocht. Na het weekend loop ik naar het planburo van de jeugdgezondheidszorg (JGZ). Ook daar stel ik de vraag: is Finn bij de JGZ in beeld? Ze kijkt het na en hij blijkt niet in de gemeente ingeschreven te staan.... Ik sta voor een raadsel: hij was juist naar onze gemeente verhuist! Ik log opnieuw in bij de verwijsindex en inderdaad: de dag ervoor is het adres aangepast naar een gemeente van een andere provincie....

Ik mail de provinciale projectleider verwijsindex van de betreffende provincie met de vraag: bij wie kan ik terecht met deze vraag? Want uiteraard gaat de informatie van Finn niet over de mail. De procescoördinator zet de mail door naar Anne, de procescoördinator van de betreffende gemeente. Een dag later belt Anne mij. Ik geef de gegevens door en ze pakt de zaak intern op. Inmiddels krijg ik een mail van de jeugdhulpinstelling dat Finn wel bij hun in zorg is geweest en goed is weg gegaan. De instelling is na zijn vertrek overgegaan op een nieuw registratiesysteem en daar stond hij niet in.... Een uurtje later krijg ik opnieuw een telefoontje van Anne: ze heeft navraag gedaan bij de JGZ en Finn zit op speciaal onderwijs en wordt gezien door de jeugdarts.

Met deze informatie kan ik Mieke bellen en haar gerust stellen: Finn is in beeld en in zorg! Ze is opgelucht en kan nu met een goed gevoel haar signaal in de verwijsindex afsluiten.

Ik ben echt superblij met de Mieke's van het onderwijs: ze nemen hun verantwoordelijkheid door kinderen goed te volgen zodat ze niet tussen wal en schip vallen of zorg gaan mijden. Dit is waar de verwijsindex om draait en de meerwaarde van verhuisberichten! Gelukkig is Finn in zorg en is er geen sprake van zorg mijden, maar het had ook anders kunnen zijn.....

Dus: laat kinderen niet zomaar los! Overtuig jezelf ervan dat ze bij een (volgende) organisatie aankomen en in zorg zijn!

vrijdag 14 maart 2014

Trainingen Meldcode met PEP

In mijn vorige blog schreef ik al: verdieping en ontwikkeling zijn momenteel mijn kernwoorden! En dat is gebleken. Want hoe ontwikkel je een training die écht van meerwaarde is voor de professionals die deel gaan nemen? Hoe zorg je ervoor dat het meer is dan de som der delen? 

Het materiaal van de Landelijke Trainersgroep Aanpak Kindermishandeling (LTAK) is de basis. Een stevig fundament om op te bouwen. Ik bouw niet alleen, maar samen met collega LTAK-trainer en pedagoog Elle van den Tillart (www.ellemental.nl) omdat ik voel en merk dat zij de kernwaarden van Nul23 in zich heeft, te weten: passie, enthousiasme en pragmatiek. Kortom: een training van Nul23 heeft PEP.

PASSIE: een training moet met passie gegeven worden, want dan komt de boodschap veel beter over. Ik hoop dat mijn passie de deelnemers zal inspireren om vóór het kind te gaan staan, maar wel samen mét de ouders / verzorgers. Mijn drive is de wereld beter maken voor kinderen en daar heb je het hele gezinssysteem voor nodig. En de buurt, de school, de familie en vrienden.... 

ENTHOUSIASME: enthousiasme en plezier gaan samen. Een droge, saaie training levert geen voordeel op in de praktijk. Ik kies de werkvormen uit op interactie, op leerstijlen en natuurlijk op inhoud. Dat in combinatie met mijn enthousiasme, moet een training opleveren waar deelnemers van zeggen: "daar heb ik wat aan! Dat blijft hangen!".

PRAGMATISCH: een training die niet aansluit op de praktijk, is zonde van tijd en geld. Mijn doel is dat deelnemers naar de werkvloer teruggaan met handvatten om de dag erna te gebruiken. Een intern begeleider kan tijdens een leerlingbespreking aangeven dat er meer moet gebeuren omdat de leerling in de knel zit. Een maatschappelijk werker kijkt verder dan de hulpvraag van moeder en vraagt nog gerichter naar het welzijn van de kinderen. Een peuterspeelzaalleidster belt de teamleider om die ene peuter te bespreken waar ze al langere tijd een onderbuikgevoel bij had. Dan heeft de training meerwaarde. Daarnaast staat de inhoud van de training niet op zichzelf, maar wordt in perspectief van alle maatschappelijke ontwikkelingen gezet.

En ja: een training kost geld en een tijdsinvestering en dat in een tijd dat iedereen al 'zoveel moet'. Maar ik hoop toch dat organisaties en individuele professionals gaan zeggen: "ik weet al e.e.a. van de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling, maar het is weer tijd voor opfrissing of verdieping". Want signaleren van zorgsignalen bij kinderen is het begin van zorgen voor een beter en wellicht veiliger bestaan van dat ene individu. Daar doe je het voor!

Kijk voor het huidige aanbod op: www.nul23.nl onder de kop 'aanpak en aanbod'.

zondag 26 mei 2013

Verwijsindex voorkomt familiedrama's?

De afgelopen weken heeft Nederland in het teken gestaan van Ruben en Julian en de oorzaken en afschuwelijke gevolgen van de vechtscheiding van ouders. En van het feit dat er al 10 instanties betrokken waren en dat niemand iets gedaan zou hebben.... Kan de Verwijsindex dit soort situaties voorkomen?

Mijn antwoord: Nee! De Verwijsindex is een hulpmiddel, geen wondermiddel. Helaas..... Tegen een ouder verblind door woede, haat of met een psychische stoornis kan niemand zich wapenen. Dus ook de Verwijsindex kan dit niet voorkomen.

Maar, afgelopen week gaf ik weer een training Verwijsindex en Meldcode. Daarnaast was ik op 2 scholen om aan het hele team voorlichting te geven. Waar ik voorheen Savannah en Gessica als ultieme voorbeelden gebruikte van slechte samenwerking, kan ik er niet omheen om Ruben en Julian nu ook te noemen. Want 10 instanties... dat is toch wel veel. En ik denk, ook echt té veel. En daar zou de Verwijsindex wel wat aan kunnen veranderen.

Ik weet  niet welke instanties betrokken waren en zijn. Ik weet niet of het allemaal hulpverleners waren en of ze tegelijkertijd of na elkaar met het gezin aan de slag gingen. Waren ze er voor één van de gezinsleden of werkten ze systeemgericht? Wisten ze van elkaar dat ze bij het gezin of een gezinslid betrokken waren?'

Vragen waarop ik geen antwoord heb. Maar één ding vraag ik me wel af: had er bij nummer 3, 4 of 5 niet harder aan de bel moeten worden getrokken? Is er toen met het gezin en familie / informeel netwerk rond de tafel gezeten om te kijken naar de gang van zaken en hoe het was voor de jongens? Is er toen gewerkt met een vaste coördinator van zorg?

De Verwijsindex geeft zicht op betrokkenen, dwars door domeinen en zowel vanuit de jeugd- als de volwassenketen. Als duidelijk wordt dat er veel instanties betrokken zijn, is het aan de coördinator van zorg om samen met het gezin en betrokkenen te kijken wie eruit kan stappen. Een gezin is niet gebaat bij -tig hulpverleners maar bij een duidelijk aanspreekpunt die het meeste zelf op kan pakken. Die een specialist alleen invliegt op een specifiek onderdeel.

Voorwaarde is wel dat de Verwijsindex goed is geïmplementeerd in de gemeente, regio en daar buiten. Dus: breed qua type organisaties en vanuit visie van vroegsignalering en samenwerking. Niet vanuit risico's, maar vanuit zorg. Als hulpmiddel voor hulpverleners en ouders waarbij de registratie aanleiding is tot een inhoudelijk gesprek over situatie, doelen en betrokkenen. Want alleen een registratie is niet voldoende: er moet ook opvolging zijn!

Te laat voor Ruben, Julian en andere kinderen. Maar hopelijk op tijd voor andere kinderen en hun gezinnen. Gebruik je eigen netwerk, je eigen lijnen maar ook de Verwijsindex. Voor die betrokeknen die je anders nét gaat missen... Doen!

woensdag 27 maart 2013

Verwijsindex en Meldcode: ze ondersteunen elkaar!

Verwijsindex en Meldcode worden regelmatig gezien als twee aparte zaken. En dat is jammer, want ze werken aanvullend en ondersteunend aan elkaar. Beide gaan over zorg en beide gaan over samenwerken: met ouders én met professionals.

Per 1 juli a.s. wordt de Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling wettelijk verplicht voor de sectoren gezondheidszorg, onderwijs, kinderopvang, maatschappelijke ondersteuning, jeugdzorg en justitie. De Verwijsindex is onderdeel van de Wet op de Jeugdzorg. Gemeenten zijn verplicht een Verwijsindex te hebben en het gebruik te bevorderen.

Bevorderen? Hoe dan? Uit ervaring in Eemland blijkt dat het helpt om het verhaal van de Meldcode én dat van de Verwijsindex integraal aan te bieden. Het een versterkt de ander, want bij beide gaat het om zorg. Geef de Verwijsindex dus de logische plaats in de Meldcode die van toepassing is en er worden meerdere doelen bereikt.

De Meldcode richt zich op Huiselijk Geweld (HG) en Kindermishandeling (KM). Maar stap 1 t/m 3 gaan over signalen. Signalen van zorg in brede zin. Het kunnen signalen zijn die duiden op HG of KM, maar dat hoeft niet! Een instabiele thuissituatie; teruggetrokken gedrag bij een jongere; een kind met kapotte en te kleine kleding... het kunnen signalen van HG of KM zijn, maar dat hoeft niet! Er zijn meer factoren die aan deze signaen ten grondslag kunnen liggen en velen daarvan hebben niets te maken met HG of KM! Maar het gaat om het signaleren, juist de lichte signalen. Want hoe vroeger die signalen met het gezin bespreekbaar gemaakt worden, hoe gemakkelijker het is om het gezin te (onder-)steunen in het regelen van hulp of begeleiding. Zonder drang- of dwang.

In stap 1 gaat het om di signalen. In stap 2 bespreek je met een collega hoe je die signalen moet interpreteren. En dan komt ook de Verwijsindex aan bod: is het al nodig om dit kind in de Verwijsindex te registreren? Waarom wel of waarom niet? Stap 1 en 2 (en ook stap 3) kunnen meerdere keren voorkomen. Maar: er komt een moment waarin je je zorg met de ouders bespreekt. Je zet het kind en de zorg centraal. Geen oordelen, niet veroordelen, maar vanuit je professionaliteit de zorg om de jeugdige delen met de ouders. In dit gesprek vertel je ook dat je wilt samenwerken. Met ouders én met professionals. De Verwijsindex is het hulpmiddel dat de samenwerking tussen professionals ondersteunt. Het daadwerkelijk registreren in de Verwijsindex, doe je pas nádat je ouders hebt geïnformeerd. Open en transparant werken is van belang. Door eerst te vertellen en dan pas de handeling te doen, weet de ouder eerder dat er een match gaat ontstaan dan dat jij als professional dat weet.

En vroegsignalering is de grondslag voor de Verwijsindex. Eén licht signaal hoeft niets te betekenen, maar twee? of drie? Samen kunnen meerdere lichte signalen (uit verschillende domeinen) leiden tot een compleet beeld. Een beeld wat besproken wordt met ouders en waar opgegeven moment ook stap 4 van de Meldcode een plek krijgt: het wegen van de zorg. Lijkt er toch sprake te zijn van HG of KM? Dan ga je als professional naar het AMK of het SHG. Maar is er sprake van andere zorg? Dan zoek je samen naar de passende route om die zorg op te heffen. Bijvoorbeeld m.b.v. het CJG, de jeugdgezondheidszorg, een generalistisch wijkteam, bovenschoolse zorg of een meer specialistische organisatie zoals MEE of 1e-lijnszorg.

Daar waar meerdere partijen betrokken zijn, wordt een Plan van Aanpak gemaakt (stap 5). Dat kan op basis van de betrokkenen uit de Verwijsindex, maar natuurlijk ook met partijen die (nog) niet in de Verwijsindex registreren en het netwerk van het gezin. Er wordt een regisseur danwel een coördinator van zorg benoemd die met het gezin kijkt naar hetgeen wat er dient te gebeuren. Het plan gaat uit van de vraag van het gezin, maar wel met veiligheid van de kinderen als professionele verantwoordelijkheid.

Coördinatie van Zorg; Plan van Aanpak; wie doet wat en wat niet? Wie worden betrokken? Dat is voor een volgend blog. Voor nu is de boodschap: help professionals door de bomen datgene te zien waar het om gaat en geef een integrale boodschap: signaleren van zorg en actief opvolgen van signalen. Met de stappen van de Meldcode voor professioneel handelen en de Verwijsindex als hulpmiddel om het samenwerken over alle domeinen te bevorderen.









vrijdag 8 maart 2013

Verwijsindex: een dood paard of doet het ertoe?

"Waarom doe je dit? Het werkt toch niet..."Ik hoor het regelmatig als ik een presentatie geef over de Verwijsindex.

Die Verwijsindex: het systeem bestaat al enige jaren en toch zijn er veel regio's waar het niet optimaal werkt. Professionals vinden het teveel werk; bureaucratie; een extra handeling en voor wat? Ik hoor de argumenten telkens weer:
  • ik ken iedereen die betrokken is bij mijn klant
  • er zijn al korte lijnen in onze wijk / stad
  • klanten vertellen mij alles, écht alles
  • een signaal en dan? Dan moet ik toch nog steeds wat doen?
  • collega's gebruiken het systeem ook niet...
En toch, en toch geloof ik in het systeem. Als hulpmiddel welteverstaan! Het is simpel, snel en voor veel professionals te gebruiken. Het werkt domeinoverstijgend en met de juiste visie erachter, helpt het niet alleen de professionals maar ook de jeugdige om wie het gaat. En natuurlijk: een groot deel van de matches zijn bekend: nou en? Op korte termijn misschien, maar ook op de langere termijn? Wat als jij als professional een prachtig traject hebt gehad maar na verloop van tijd gaat het toch weer minder? Dan is het prettig als je zichtbaar bent en toekomstige professionals al je contactgegevens snel inzichtelijk hebben. Ze kunnen (mét instemming natuurlijk) contact opnemen om te horen wat er heeft gewerkt. En voor die klant: als hij het even niet meer scherp  heeft en niet verder komt dan "ik had een supercontact met Jan, maar zijn achternaam? Geen idee.." Voor hem is het prettig als hij daar niet naar hoeft te zoeken, maar die informatie gewoon tevoorschijn komt.

Natuurlijk: het werkt alleen als iedereen het systeem gebruikt en is vooral geschikt voor de midden- en langere termijn. De 1e match is meestal geen verrassing (sterker nog: veelal weet je dat je een match gaat veroorzaken!). Maar die 3e of 4e partij? Daarvan hoor ik regelmatig dat die nieuw was. Opeens krijgt een VMBO-school een match met de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) op een leerling die onverwachts verdwenen was. De zorgcoördinator was maar wat blij dat hij wist dat die leerling in beeld was en kon waardevolle informatie aan de RvdK leveren. Of die jgz-verpleegkundige die zich met de basisschool zorgen maakte om een meisje in de middenbouw omdat het meisje sociaal-emotioneel niet lekker in haar vel zat. Komt er opeens een match met Bureau Jeugdzorg! Waarom? Omdat politie een zorgmelding van huiselijk geweld had gedaan. Geweld in het gezin waar school niets van wist omdat ouders dit niet wilden of durfden te vertellen.... maar gezamenlijk konden ze hulp regelen: voor het gezin en het meisje!

Dat zijn de matches die er toe doen! Dat zijn de kinderen waar het om gaat. En ja: dat zijn niet alle matches. Dat is een minderheid, maar toch zijn het die kinderen dat ik met overtuiging kan en wil vertellen over de Verwijsindex!

En de Verwijsindex staat voor meer: vroegsignalering; brede aansluiting; 1 Gezin 1 Plan 1 Regisseur; in gesprek met ouders en jeugdigen; samenwerken; over je eigen schutting durven kijken etc. Maar daarvoor is een blog te kort....

zondag 27 januari 2013

Opdrachten over mode-woorden? Of nieuwe visie?


Inmiddels een aantal maanden verder sinds mijn 1e proefblog. Nul23 is in business: de opdrachten zijn er; het acquireren is begonnen en de website bijna opgeleverd. Het is met vallen en opstaan ontdekken hoe zaken werken. BTW, belastingen, zakelijke afspraken maken en offertes opstellen. Een boeiende en leerzame ervaring.

Maar veel belangrijker: ik heb opdrachten die bij mij passen. Waar ik passie en energie in kan leggen. Opdrachten die er (hopelijk) toe doen!

Verwijsindex Utrecht: het plan van Aanbevelingen is geschreven en daar ligt zeker mijn visie in. Mijn visie is dat je niet over mensen praat, maar mét mensen. Je betrekt iedereen die bij een gezin betrokken is bij het gesprek. En dan heb ik het niet alleen over professionals die toevallig bij het gezin betrokken zijn, maar vooral over het gezin zelf en hun informele netwerk! Zij zijn degene die blijven, professionals zijn in zekere zin maar passanten in het leven van dat gezin. Passanten die een belangrijke bijdrage kunnen leveren, maar uiteindelijk toch stoppen met hun hulpverlening of begeleiding. De betrokkenheid van een professional is eindig, maar het netwerk van een gezin niet. Samen moeten zij verder. Mét de adviezen van die professional, maar op eigen kracht en met de eigen regie.

Eigen kracht en Zelfregie: zijn  het mode-woorden? Misschien wel. Maar ze vertegenwoordigen wel een houding die heel wat vraagt bij de professionals. Want het betekent: loslaten; wellicht jezelf overbodig maken omdat er anderen zijn die jouw stukje werk over kunnen nemen; uitgaan van wat het gezin op dat moment belangrijk vindt (en wat niet altijd hetgene is waar je zelf voor zou kiezen) en actief op zoek naar mensen in het netwerk die kunnen helpen bij de steun van het gezin.

Een andere aanpak? Deels. Een andere visie? Deels. Maar volgens mij is het een visie waar het gezin en de professional beter van wordt en daarmee is het een visie die ik in al mijn opdrachten mee zal nemen.