vrijdag 28 augustus 2015

trainersstage op de ambulance: ouderenverwaarlozing

Een van mijn opdrachtgevers is de RAVU: Regionale Ambulance Voorziening Utrecht. Zo'n sector waar je -hoop je- nooit mee te maken krijgt in het dagelijkse leven. De RAVU neemt het implementeren en uitvoeren van de Meldcode zeer serieus. De gecertificeerde LVAK-aandachtsfunctionaris en ambassadeurs zorgen ervoor dat het thema op de werkvloer onder de aandacht blijft. De organisatie investeert in E-learnings, goede protocollen en Handboek-informatie en een training voor de ambassadeurs. Inmiddels hebben ze ook het LVAK-keurmerk ontvangen. Kortom: de RAVU zet de Meldcode goed en zorgvuldig op de kaart! Ik draag mijn steentje bij door het geven van informatie-avonden en een training voor de ambassadeurs.

In voorbereiding op de training, werd ik uitgenodigd om een dienst mee te rijden op de ambulance. Voor de zomervakantie was het zover: om 7:30 uur was ik present op de post. Om 9 uur kwam de 1e rit naar een oudere heer die moeite had met zijn ademhaling want i.v.m. een stroomstoring deed zijn apparatuur het niet meer. Aangekomen bij het huis, kwamen we binnen in een woonkamer vol met oude spullen, karton, papieren, dozen en een hondje wat voor ons uit liep naar zijn baasje toe. Het was er vies: hondenharen, volle asbakken, broodresten en stof lag op de tafel en op de bank. Er was nauwelijks ruimte om te lopen, dus we schuifelden de huiskamer binnen. Uiteraard was de eerste zorg om meneer aan de zuurstof te krijgen. Dat was snel in orde.

Tijdens het wachten, knoopte de ambulanceverpleegkundige kordaat het gesprek aan over de situatie die we aantroffen. Een situatie die voor een meneer met forse longproblemen en slechte mobiliteit niet gezond of veilig is! Meneer gaf toe dat de situatie hem en zijn thuiswonende zoon boven het hoofd groeide. Meneer was niet (meer) in staat om zijn zoon aan te spreken om de huishoudelijke situatie op orde te houden en de Thuiszorg had te weinig tijd om alles bij te houden. Zij beperkte zich tot het sanitair en de keuken. Kortom: er moest echt iets gaan veranderen om de levensstandaard te verhogen.

In overleg met meneer zijn we langs de huisarts gereden om de situatie onder de aandacht te brengen. Ook heeft de verpleegkundige, in overleg met de Aandachtsfunctionaris, een melding gedaan bij Veilig Thuis. Niet omdat de zoon zijn vader willens en wetens verwaarloost, niet omdat de meneer zelf er slecht of mishandeld uitzag, niet omdat deze meneer niet voor zichzelf kan zorgen... nee: omdat hij en zijn zoon recht hebben op ondersteuning om de situatie te verbeteren en in een veilige omgeving kunnen wonen!

Ouderenmishandeling is er in vele vormen, gradaties en soorten. Ik was blij om te zien dat de ambulanceverpleegkundige deze situatie herkende en zorgvuldig en met respect handelde. Want ambulancepersoneel komt bij gezinnen waar wellicht niemand anders binnen komt! Daarom zijn ze zo belangrijk als het gaat om signaleren van mishandeling, ontspoorde mantelzorg, huiselijk geweld en andere vormen van geweld en zorg.

Over een paar weken luister ik een middag mee op de centrale 112-Meldkamer. Telefonische signalering is een belangrijk onderdeel van de triage. Ik ben benieuwd!

woensdag 29 oktober 2014

Aandachtsfunctionaris: een rol apart

Afgelopen maandag heb ik, na 2 intensieve trainingsdagen, het certificaat ontvangen om Aandachtsfunctionarissen Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling te mogen trainen. De training voor Aandachtsfunctionarissen is een mooie aanvulling op mijn Nul23-trainingen rondom de stappen van de Meldcode.

Tijdens de training is me nog duidelijker geworden, hoe belangrijk het is dat organisaties een échte aandachtsfunctionaris (AF) hebben. Iemand met kennis van huiselijk geweld, kindermishandeling en de Meldcode. Iemand die kan coachen, adviseren, sturen en LEF heeft om door te pakken op het moment dat het nodig is. Iemand die staat voor waar het uiteindelijk om gaat: het kind en zijn gezin.

Het moge bekend zijn dat de organisaties en zelfstandigen binnen gezondheidszorg, onderwijs, kinderopvang, maatschappelijke ondersteuning, jeugdzorg en justitie een organisatie-meldcode dienen te hebben. Deze organisatie-meldcode is gebaseerd op het basismodel Meldcode en moet voldoen aan een aantal eisen. Een advies vanuit de wet Meldcode is dat iedere organisatie een deskundig persoon in dienst heeft met kennis over kindermishandeling, die -in stap 2-  een vraagbaak kan zijn en begeleiding kan bieden bij een vermoeden van kindermishandeling. Deze persoon is de Aandachtsfunctionaris (AF).

Een AF krijgt nogal wat op zijn of haar bordje. Of je nu een directe of indirecte AF bent, je bent de vraagbaak van de organisatie. De clusters waarin verschillende taken ondergebracht kunnen worden, zijn:
1) informeren / profileren
2) taxatie veiligheid
3) ondersteunen / adviseren
4) motiveren / communicatie
5) implementeren / evalueren

Er zijn verder geen eisen aan deze functie verbonden. Maar kijkende naar bovenstaande lijst, is het niet iets wat je er 'even' bij doet. Als je een AF bent, is het van belang dat je ook gefaciliteerd wordt door de directie. In tijd, geld en vooral in ondersteuning / back-up. Want je neemt beslissingen die mogelijk grote gevolgen voor kinderen en gezinnen kunnen hebben. Hopelijk ten positieve, maar soms wellicht ook met een minder positieve kant.

Moet dan iedereen een training AF volgen? Nee. Er zijn natuurlijk professionals met zoveel kennis en ervaring in huis dat ze met enige studie over de taken vanuit de Meldcode een prima aandachtsfunctionaris kunnen zijn. Er zijn organisaties met specifieke deskundigheid, waar de Meldcode goed geïmplementeerd en geborgd is.

Maar er zijn ook organisaties waar iemand wordt aangewezen en die dus maar aandachtsfunctionaris is. Met geen of weinig ondersteuning, mogelijkheden tot deskundigheidsbevordering of mandaat vanuit de directie. En dat gun ik niemand. De AF in kwestie niet, de organisatie niet, de collega's niet maar vooral: het kind en de ouders niet.

Want een goede AF kan zorg dragen voor een klimaat waarin zorg vroegtijdig, laagdrempelig met ouders besproken wordt en waarin er snel adequate hulp wordt ingezet. En dat is het uiteindelijke doel van de Meldcode: vroegtijdige hulp inzetten waarbij ouders optimaal betrokken worden, de achterliggende problemen worden opgelost zodat de mishandeling stopt.

Investeren in een AF loont: voor de organisatie en voor het KIND.



vrijdag 14 maart 2014

Trainingen Meldcode met PEP

In mijn vorige blog schreef ik al: verdieping en ontwikkeling zijn momenteel mijn kernwoorden! En dat is gebleken. Want hoe ontwikkel je een training die écht van meerwaarde is voor de professionals die deel gaan nemen? Hoe zorg je ervoor dat het meer is dan de som der delen? 

Het materiaal van de Landelijke Trainersgroep Aanpak Kindermishandeling (LTAK) is de basis. Een stevig fundament om op te bouwen. Ik bouw niet alleen, maar samen met collega LTAK-trainer en pedagoog Elle van den Tillart (www.ellemental.nl) omdat ik voel en merk dat zij de kernwaarden van Nul23 in zich heeft, te weten: passie, enthousiasme en pragmatiek. Kortom: een training van Nul23 heeft PEP.

PASSIE: een training moet met passie gegeven worden, want dan komt de boodschap veel beter over. Ik hoop dat mijn passie de deelnemers zal inspireren om vóór het kind te gaan staan, maar wel samen mét de ouders / verzorgers. Mijn drive is de wereld beter maken voor kinderen en daar heb je het hele gezinssysteem voor nodig. En de buurt, de school, de familie en vrienden.... 

ENTHOUSIASME: enthousiasme en plezier gaan samen. Een droge, saaie training levert geen voordeel op in de praktijk. Ik kies de werkvormen uit op interactie, op leerstijlen en natuurlijk op inhoud. Dat in combinatie met mijn enthousiasme, moet een training opleveren waar deelnemers van zeggen: "daar heb ik wat aan! Dat blijft hangen!".

PRAGMATISCH: een training die niet aansluit op de praktijk, is zonde van tijd en geld. Mijn doel is dat deelnemers naar de werkvloer teruggaan met handvatten om de dag erna te gebruiken. Een intern begeleider kan tijdens een leerlingbespreking aangeven dat er meer moet gebeuren omdat de leerling in de knel zit. Een maatschappelijk werker kijkt verder dan de hulpvraag van moeder en vraagt nog gerichter naar het welzijn van de kinderen. Een peuterspeelzaalleidster belt de teamleider om die ene peuter te bespreken waar ze al langere tijd een onderbuikgevoel bij had. Dan heeft de training meerwaarde. Daarnaast staat de inhoud van de training niet op zichzelf, maar wordt in perspectief van alle maatschappelijke ontwikkelingen gezet.

En ja: een training kost geld en een tijdsinvestering en dat in een tijd dat iedereen al 'zoveel moet'. Maar ik hoop toch dat organisaties en individuele professionals gaan zeggen: "ik weet al e.e.a. van de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling, maar het is weer tijd voor opfrissing of verdieping". Want signaleren van zorgsignalen bij kinderen is het begin van zorgen voor een beter en wellicht veiliger bestaan van dat ene individu. Daar doe je het voor!

Kijk voor het huidige aanbod op: www.nul23.nl onder de kop 'aanpak en aanbod'.

zondag 16 februari 2014

Ontwikkeling en verdieping

Druk, werk, balans, keuzes maken, twijfel, vooruitzien, achterom kijken.... en tijd voor verdieping rondom de stappen van de Meldcode om professionals nog beter te helpen in hun werk met gezinnen en jeugdigen.

Het bloggen is er het afgelopen half jaar bij in geschoten. Niet omdat er niets te melden was, maar het was druk. Fijn om op te schrijven: het was te druk. En dat in deze tijden! Ik heb mogen werken aan opdrachten voor Bosman GGz, gemeente Nijkerk, Versa en regio Gooi- en Vechtstreek. Daarnaast waren er de werkzaamheden binnen Eemland. Maar nu veranderen er zaken. Ik heb mijn uren in Eemland opgezegd. Geen basis meer van 8 uur Verwijsindex, geen vastigheid meer, geen directe collega's meer.... 100% op eigen benen met Nul23!

Het voelt goed, maar ook o zo dubbel! Want ik heb veel energie en liefde in mijn werk voor de Verwijsindex Eemland gestoken. Gelukkig blijft de rest van het projectteam de rest van 2014 nog keihard werken om de Verwijsindex nog beter te borgen bij alle organisaties die al aangesloten zijn!

De transitie heeft veel gevolgen voor de wijze waarop professionals werken. Wijkteams en generalistisch werken. Locaties die opgeheven worden, medewerkers waaieren uit naar wijken en kleine gemeenten. Het is spannend, maar de kern van het werk blijft overeind: de gezinnen zo snel en zo goed mogelijk helpen om de hindernissen en problemen te overwinnen en zelfstandig verder te gaan.

De Verwijsindex gaat helpen om professionals sneller met elkaar in contact te brengen. Maar uiteindelijk draait het op om de kwaliteiten van de professional: hoe ga je met ouders en/of jeugdigen in gesprek over die hindernissen en problemen? Hoe verwoord je je zorgen, je gevoel en wellicht ook je 'angst' voor het kind? Wanneer ga je dat gesprek aan? Wat is het juiste moment? Hoe zet je het gezin in hun eigen kracht en wanneer schuif je je eigen professionaliteit naar achteren? Wat is het juiste evenwicht?

Ik geef al veel voorlichting over professioneel handelen bij signalen en het gebruik van de Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling en de Verwijsindex. In september ben ik LTAK-gecertificeerd om trainingen te geven rondom de 5 stappen van de Meldcode. En nu kan ik daadwerkelijk met de trainingen aan de slag! En daar heb ik zin in: ontwikkeling en verdieping om professionals te steunen in die stappen, de gesprekken en de vragen rondom samenwerking.

Dus: ik ben volop bezig met de ontwikkeling van een open training en natuurlijk in-company trainingen. Maatwerk is bij beide het sleutelwoord. Inspelen op leervragen bij de open trainingen en volledig maatwerk voor organisaties of teams.

Het aanbod staat nog niet op de website, maar dat komt snel. Wil je nu al meer informatie? Dan zie ik graag een mail tegenmoet: kristin@nul23.nl

Verder met ontwikkeling en verdieping zijn dus mijn kernwoorden van de komende weken!

maandag 24 juni 2013

Onderwijs: signaleren is niet voldoende!

Ik geef veel voorlichtingen op basisscholen: voor het hele team. Leerkrachten, directie, ib-ers en soms ook de conciërge erbij. Mooi om te doen, maar soms.... soms schrik ik.

De professionals binnen het onderwijs zijn de enige beroepsgroep die 100% van alle kinderen in Nederland zien. Als zij niet signaleren, wie doet het dan? Niet alle kinderen gaan naar de kinderopvang of doen activiteiten bij het jeugd- en jongerenwerk. De Jeugdgezondheidszorg ziet nagenoeg alle kinderen, maar als er niets aan de hand lijkt te zijn, is dat op de basisschool beperkt tot 2x per schoolloopbaan. Daarmee ligt er een grote verantwoordelijkheid bij een team op een basisschool. Want als je je bedenkt dat het gemiddeld 7 jaar duurt eer kindermishandeling aan het licht komt, is er nog veel, heel veel winst te behalen om kinderen eerder te helpen!

Er is veel betrokkenheid op scholen. Leerkrachten staan voor hun leerlingen! Ze doen er alles aan om het goed te laten gaan met 'hun' kinderen. Uit mijn verleden in de jeugdhulpverlening, weet ik dat ze soms te veel doen. Té lang doorgaan, té laat ingrijpen, té lief zijn. Dat ze denken dat het 'allemaal wel meevalt'. Ergens op een school afgelopen weken zei een ervaren leerkracht: "Signaleren kunnen we wel, maar handelen....dat is moeilijk" en daarmee vat ze exact samen wat ik veel tegenkom.

Want dan sta ik voor een schoolteam en geef voorlichting over de Meldcode Huiselijk Geweld & Kindermishandeling en de Verwijsindex. En vaak komen er voorbeelden naar voren van kinderen die in hoofden 'oppoppen' als ik signalen benoem. Dan blijkt dat elke leerkracht wel een kind weet waar zorgen om zijn. Soms is er al hulp in het gezin aanwezig, maar vaak ook niet of school weet niet of ouders / gezin hulp ontvangen. En dan komt de vraag: "wat kunnen we doen als school?". Mijn antwoord is steevast: "ga in gesprek met de ouders, want als jullie het niet doen, wie doet het dan?" en natuurlijk is dat lastig. Zeker als het gaat om oudersignalen: een zwakke thuissituatie, ouders die pedagogisch onmachtig zijn of waarbij het vermoeden is dat er een verslavingsproblematiek speelt. En toch moet het! En als je niet weet hoe te starten, neem dan contact op met bijvoorbeeld het CJG, het AMK of de jeugdverpleegkundige en bespreek met elkaar hoe jij het gesprek vorm gaat geven. Er zijn veel professionals die je in gespreksvoering kunnen coachen.

Start met de gesprekken als de signalen nog niet al te groot zijn, maar benoem ook de kleine dingen als je ouders spreekt. Dat kan al bij tijdens het ophalen na schooltijd. Daarvoor hoef je geen apart oudergesprek te beleggen. Laat merken dat je het kind ziet en ouders serieus neemt als opvoeder. Daarmee bouw je vertrouwen op en heb je een basis om op te bouwen als signalen op gegeven moment écht vragen om actie. Als school het gesprek niet aangaat, doet wellicht niemand het voordat de problemen te groot zijn. Ouders willen uiteindelijk ook het beste voor hun kind. Hun (onveilige) manier van opvoeden komt meestal voort uit onmacht, onkunde of een opeenstapeling van problemen. Veel ouders zullen opgelucht zijn als school met hen in gesprek gaat. Want uiteindelijk is er één gezamenlijk belang: het kind!

Zet het kind en de samenwerking centraal. Veroordeel ouders niet, beoordeel ouders niet, maar ga in gesprek vanuit je professionele betrokkenheid bij het kind. Doe dat in een vroeg stadium, bij relatieve lichte signalen. Volg de stappen van de Meldcode, gebruik de Verwijsindex en neem je professionele verantwoordelijkheid om niet alleen te signaleren, maar ook te handelen! Niet omdat per 1 juli de wet zegt dat moet, maar omdat je een kind kunt helpen om op te groeien in een betere, veiligere thuissituatie!


zondag 26 mei 2013

Verwijsindex voorkomt familiedrama's?

De afgelopen weken heeft Nederland in het teken gestaan van Ruben en Julian en de oorzaken en afschuwelijke gevolgen van de vechtscheiding van ouders. En van het feit dat er al 10 instanties betrokken waren en dat niemand iets gedaan zou hebben.... Kan de Verwijsindex dit soort situaties voorkomen?

Mijn antwoord: Nee! De Verwijsindex is een hulpmiddel, geen wondermiddel. Helaas..... Tegen een ouder verblind door woede, haat of met een psychische stoornis kan niemand zich wapenen. Dus ook de Verwijsindex kan dit niet voorkomen.

Maar, afgelopen week gaf ik weer een training Verwijsindex en Meldcode. Daarnaast was ik op 2 scholen om aan het hele team voorlichting te geven. Waar ik voorheen Savannah en Gessica als ultieme voorbeelden gebruikte van slechte samenwerking, kan ik er niet omheen om Ruben en Julian nu ook te noemen. Want 10 instanties... dat is toch wel veel. En ik denk, ook echt té veel. En daar zou de Verwijsindex wel wat aan kunnen veranderen.

Ik weet  niet welke instanties betrokken waren en zijn. Ik weet niet of het allemaal hulpverleners waren en of ze tegelijkertijd of na elkaar met het gezin aan de slag gingen. Waren ze er voor één van de gezinsleden of werkten ze systeemgericht? Wisten ze van elkaar dat ze bij het gezin of een gezinslid betrokken waren?'

Vragen waarop ik geen antwoord heb. Maar één ding vraag ik me wel af: had er bij nummer 3, 4 of 5 niet harder aan de bel moeten worden getrokken? Is er toen met het gezin en familie / informeel netwerk rond de tafel gezeten om te kijken naar de gang van zaken en hoe het was voor de jongens? Is er toen gewerkt met een vaste coördinator van zorg?

De Verwijsindex geeft zicht op betrokkenen, dwars door domeinen en zowel vanuit de jeugd- als de volwassenketen. Als duidelijk wordt dat er veel instanties betrokken zijn, is het aan de coördinator van zorg om samen met het gezin en betrokkenen te kijken wie eruit kan stappen. Een gezin is niet gebaat bij -tig hulpverleners maar bij een duidelijk aanspreekpunt die het meeste zelf op kan pakken. Die een specialist alleen invliegt op een specifiek onderdeel.

Voorwaarde is wel dat de Verwijsindex goed is geïmplementeerd in de gemeente, regio en daar buiten. Dus: breed qua type organisaties en vanuit visie van vroegsignalering en samenwerking. Niet vanuit risico's, maar vanuit zorg. Als hulpmiddel voor hulpverleners en ouders waarbij de registratie aanleiding is tot een inhoudelijk gesprek over situatie, doelen en betrokkenen. Want alleen een registratie is niet voldoende: er moet ook opvolging zijn!

Te laat voor Ruben, Julian en andere kinderen. Maar hopelijk op tijd voor andere kinderen en hun gezinnen. Gebruik je eigen netwerk, je eigen lijnen maar ook de Verwijsindex. Voor die betrokeknen die je anders nét gaat missen... Doen!

vrijdag 10 mei 2013

Casusoverleg: opheffen of doorzetten?

1 Gezin, 1 Plan, 1 Regisseur (1G1P1R): dat is wat je overal hoort. Het gezin bepaald: de 'regiehouder', de doelen en de aanpak. Waarom is er dan nog casusoverleg nodig? Waarom zitten er professionals bij elkaar om óver het gezin te praten i.p.v. mét het gezin? Waar zijn de ouders en jongere? Waarom zitten professionals aan tafel die het kind / gezin niet kennen? En zitten wel alle betrokken aan tafel? Meestal niet...Dus: weg met het casusoverleg!

Jeugdzorg moet allemaal sneller, simpeler en vanuit eigen kracht van het gezin. Domeinen binnen Jeugd- en Volwassenzorg moeten met elkaar verbonden worden. Het komt nog te vaak voor dat professionals vol goede bedoelingen in een gezin aan het werk zijn en dat van elkaar niet weten. Er is lang niet altijd sprake van een samenhangende aanpak! Het recente ITJ-rapport 'leren van calamiteiten' geeft hier meerdere voorbeelden van. 1 Gezin, 1 Plan, 1 Regisseur (1G1P1R): het is nog geen gemeengoed.
 
Uitgangspunt zou moeten zijn: het gezin en degene die zij bij het gesprek willen hebben. Dat zijn natuurlijk de gezinsleden, maar ook betrokkenen uit hun informele netwerk. En daarnaast de betrokken professionals. Dus de informatie van het gezin en matches in de Verwijsindex bepalen wie er aan tafel komt. Professionals zijn dienstbaar en behulpzaam aan het gezin en ondersteunen het gezin om de doelen te behalen. Maar wel ten alle tijde met hun professionaliteit in hun rugzak: oog voor de individuele gezinsleden voor wat betreft veiligheid (!), ontwikkeling en aandacht. De professional kan aangeven of specialistische zorg / onderzoek / meekijken nodig is en waarom: gerelateerd aan de doelen van het gezin(-slid). Dus samen met het gezin wordt een gezinsplan opgesteld, met duidelijke doelen en afspraken. En als dat gebeurd met de juiste mensen in de kamer, is casusoverleg niet nodig.

Schrappen dus, dat casusoverleg. Scheelt een hoop tijd, geld en energie.

Maar dat casusoverleg....dat gaat toch niet alleen over gezinnen? Elkaar persoonlijk kennen leidt tot korte lijntjes. Je wisselt ideeën en ervaringen uit. Nieuwe interventies, cursussen en aanbod wordt benoemd. Je kunt je aanpak bespreken en het is vaak ook nog gezellig!

Klopt allemaal. Maar dat is / was niet het doel van een casusoverleg. Toch zijn die doelen belangrijk, zeker weten. Dus is het van belang om te kijken hoe je hierin kan faciliteren. Daar zijn vele mogelijkheden voor. Ik denk aan: nieuwsbrieven; kenniscafé's; netwerkborrel; intervisie of deskundigheidsbevordering voor professionals van verschillende organisaties (bv. vanuit het CJG). De opkomende wijk- en buurtteams zijn al multi-disciplinair. Daar kun je als professional dus prima terecht voor dat stukje intervisie voor dat ene gezin.

Dus ja: het casusoverleg kan weg. Maar niet zomaar. Professionals moeten kunnen werken met de principes van coördinatie van Zorg (o.a. WAC-principes). En de zij-effecten van het casusoverleg moeten wel op de een of andere manier gerealiseerd worden. Dat kan met minder uren, minder tijd en dus minder geld. Uiteindelijk komt het de klant ten goede.

p.s.: en ik denk dat veel professionals het uiteindelijk ook prettiger vinden om zo te werken!